De ontmoeting

Ik verlaat het asfalt en loop in het bos. Vijfentwintig minuten onderweg nu. Een rustige duurloop. In de verte een fietser. Kan nog niet zien wie het is. Hij volgt hetzelfde spoor. Ik loop rechts, hij fietst links. Tussen de enorme eiken valt het licht van de zon op de fietser. Zijn beeld wordt groter. We blijven in onze baan. Het kruispunt komt in zicht. De fietser heeft een bruine pet en donkere kleding. Een lange baard, zijn gezicht is afgewend. Zijn ogen kan ik niet zien. Op twintig meter gaat hij naar rechts. In het passeren roep ik ‘hallo’. In zijn linkerhand een groot blik bier. Zijn andere hand wat onzeker sturend. Fietstassen achterop. ‘Daáag” roept hij terug. In zijn stem een opgewekte klank. Ik kijk hem na en vervolg mijn weg. Ik loop nog anderhalf uur. Hij zal inmiddels wel thuis zijn.

Zien en gezien worden.

 

Comments are closed.